Henk Pieterse is ruim vijfentwintig jaar werkzaam als ambulanceverpleegkundige. "Ik zie nog steeds nieuwe dingen. Het is heel afwisselend werk en daarom blijft het ook zo aantrekkelijk."
Ook signaleert Henk door de tijd heen een verandering in de manier waarop het publiek het ambulancepersoneel tegemoet treedt. "Toen ik in 1983 begon, had men respect voor je werk. Men ging opzij en je kon de wagen open laten staan. Nu moeten we ons regelmatig in bochten wringen om door het verkeer te komen. Ook moet de auto standaard op slot, anders ben je de helft van je spullen kwijt als je terugkomt bij de ambulance.
Ik verbaas mij er nog wel over dat mensen denken dat alle ellende die ik dagelijks tegenkom zou wennen. Ik hoor dat bijvoorbeeld van familieleden die meerijden in de ambulance. Maar eerlijk gezegd wen je er nooit aan.
Je hebt een aantal laatjes in je hoofd waar je de schokkende gebeurtenissen in bewaart. Op een gegeven moment raakt alles vol. Om dat te voorkomen, leert mijn ervaring dat je er vooral over moet praten. Met collega's gaat dat het beste. Ik heb zo intensief met bepaalde collega's gewerkt, dat je maar één woord hoeft te zeggen om elkaar te begrijpen."

Verpleegkundige
De maatschappelijke verharde tendens die Henk beschrijft herkennen we. Iedere week zijn er voorbeelden waarin obstructie en agressie tegen publieke functies het nieuws halen.
Frustratie en belemmering zijn belangrijke 'triggers' voor verwerkingsproblemen. Mensen willen gewoon het werk doen waarvoor ze getraind zijn en betaald worden.
Daarnaast weten we dat maatschappelijke erkenning een belangrijke rol speelt. Mensen in een uniform gaan vaak voor eigen gevaar de straat op om problemen op te lossen. Een gebrek aan waardering knaagt. Waar doe je het dan uiteindelijk voor?

