Cor Withagen werkt in Tilburg bij de politie Midden en West-Brabant. Als technisch rechercheur wordt hij regelmatig geconfronteerd met stoffelijke overschotten na ongelukken en bij moordzaken. Hij houdt de tragiek van iedere situatie op afstand en richt zich primair op het signaleren en ordenen van de feiten.
Zo ging hij ook te werk bij het onderzoek na de moord op de achtjarige Jesse Dingemans, die in december 2006 werd vermoord op een basisschool in Hoogerheide.
Bij de technische recherche is het volgens Cor niet gebruikelijk om met elkaar te praten over de emoties van een moordzaak als die van Jesse Dingemans. "Als mensen er niet mee om kunnen gaan, blijft het bij ons vaak onzichtbaar. Heel soms hoor je wel eens wat.
Een collega had last van dromen, waarin de dodelijke aanrijdingen elke nacht terugkwamen. Ik heb daar zelf nooit last van. Maar meestal praten we er niet over. Soms hoor je van een collega pas hoe een zaak hem geraakt heeft als hij met de vut gaat."

Technisch rechercheur
De ervaring van Cor geeft duidelijk aan hoe cultuuraspecten een rol spelen. Er niet over praten is niet per se negatief. Het is een manier om het werk te kunnen blijven doen.
Dat mensen pas bij de vut of pensionering hun emoties uiten is herkenbaar. Dan stappen mensen uit hun zelfbescherming voor het vak en kunnen ze er iets mee. De Basis ontmoet mensen die op 80-jarige leeftijd voor het eerst hun verhaal doen.
Natuurlijk is dat laat en hebben mensen soms jaren geworsteld om die stap te zetten. Maar we zijn dan blij dat ze komen.

