Mayke

Print Mayke

Mayke Aerts werkt als brigadier bij de regiopolitie Kennemerland in Haarlem. Op 12 maart 2007 komt zij als een van de eerste hulpverleners ter plaatse bij een spoorwegovergang, waar vlak daarvoor een vader met zijn twee kinderen voor de trein is gesprongen.

Mayke gaat na het ongeval met haar collega's naar een in de buurt gelegen politiebureau, waar zij ook de andere collega's ontmoet die als eerste ter plaatse waren. "Als je elkaar treft, zie je bij iedereen de tranen in de ogen. Zeker bij collega's die zelf jonge kinderen hebben komt een dergelijke moord extra hard aan. Met je collega's heb je in de loop der jaren al het nodige meegemaakt. Spannende, heftige incidenten waarbij we soms hebben moeten knokken voor ons leven. Op dit soort momenten gebruik je de sterke onderlinge band om elkaar te steunen. Dat betekent niet dat je de hele tijd praat en je hart uitstort. We hebben vooral bij elkaar gezeten."

Aan het eind van de middag worden Mayke en haar collega's op het hoofdbureau verwacht, voor een gezamenlijke debriefing. "In de kantine waren alle collega's bij elkaar die een rol hadden gespeeld rond het gezinsdrama. Dat was een enorme club mensen uit Haarlem-Noord en hulpverleners die wij eerder langs het spoor hadden gezien. Op het moment dat je daar binnenkomt voel je dat iedereen er doorheen zit. Bleke gezichten. Betraande ogen. Iedereen had die dag indrukwekkende dingen meegemaakt."

Later die week vindt nog een keer een bijeenkomst plaats, waar Mayke een minder goed gevoel bij heeft. "Je zit met de nodige vragen in je hoofd waar je een antwoord op zoekt. Die antwoorden wil je helder krijgen door er met collega's over te praten. Maar bij deze bijeenkomst waren ook collega's aanwezig die noch in Haarlem-Noord, noch aan de Liedeweg waren geweest. Daar had ik op dat moment weinig binding mee, waardoor de bijeenkomst wat in het water viel."

Op het werk is er veel aandacht voor het incident. In de ogen van Mayke soms zelfs te veel. "De periode na het drama heb ik als heel dubbel ervaren. Iedereen op het werk komt naar je toe en vraagt wat je hebt meegemaakt. Datzelfde maak je mee in de privésfeer. Maar je wilt eigenlijk niet steeds opnieuw je verhaal doen. Je wilt afbouwen. Ik heb mensen de krantenartikelen laten lezen, zodat ze zich een voorstelling konden maken van hetgeen we hadden meegemaakt. Later gaat het hele korps over tot de orde van de dag. Dat voelt heel dubbel. Dan krijg je opeens het idee dat iedereen het gezinsdrama is vergeten en jij de enige bent die er nog mee worstelt."

Mayke Aerts werkt als brigadier bij de regiopolitie Kennemerland in Haarlem. Op 12 maart 2007 komt zij als een van de eerste hulpverleners ter plaatse bij een spoorwegovergang, waar vlak daarvoor een vader met zijn twee kinderen voor de trein is gesprongen.
Een teamchef die ter plaatse komt, zoekt Mayke op. 'Hij legde zijn hand op mijn schouder en zei: "Mayke, ik denk dat het tijd is dat je weggaat." Niet omdat ik niet goed functioneerde, maar omdat hij het moment vóór wilde zijn dat het emotioneel te veel zou worden. Ik kende hem niet, omdat hij pas een aantal dagen daarvoor als teamchef was begonnen. Maar hij kon op een goede manier contact maken, voelde de situatie feilloos aan. Hij heeft me de tijd gegeven die ik nodig had om mentaal afscheid te nemen van het incident. Ik heb nog wat onderzoek ter plaatse verricht. Heb een bloedspoor gevolgd. Totdat ik het kort daarna zelf ook tijd vond om te gaan.'
Mayke gaat met haar collega's naar een in de buurt gelegen politiebureau, waar zij ook de andere collega's ontmoet die als eerste ter plaatse waren. 'Als je elkaar treft, zie je bij iedereen de tranen in de ogen. Zeker bij collega's die zelf jonge kinderen hebben, komt een dergelijke moord extra hard aan. Met je collega's heb je in de loop der jaren al het nodige meegemaakt. Spannende, heftige incidenten waarbij we soms hebben moeten knokken voor ons leven. Op dit soort momenten gebruik je de sterke onderlinge band om elkaar te steunen. Dat betekent niet dat je de hele tijd praat en je hart uitstort. We hebben vooral bij elkaar gezeten.'
Aan het eind van de middag worden Mayke en haar collega's op het hoofdbureau verwacht, voor een gezamenlijke debriefing. 'In de kantine waren alle collega's bij elkaar die een rol hadden gespeeld rond het gezinsdrama. Dat was een enorme club mensen uit Haarlem-Noord en hulpverleners die wij eerder langs het spoor hadden gezien. Op het moment dat je daar binnenkomt voel je dat iedereen er doorheen zit. Bleke gezichten. Betraande ogen. Iedereen had die dag indrukwekkende dingen meegemaakt. Sommigen hadden getuigen opgevangen. Iemand anders had de moeder moeten inlichten, met het besef dat ze in een uur tijd haar eigen moeder en kinderen kwijt was. Zo bracht iedereen zijn eigen ervaringen als puzzelstukjes naar voren.'
Later die week vindt nog een keer een bijeenkomst plaats, waar Mayke een minder goed gevoel bij heeft. 'Je zit met de nodige vragen in je hoofd waar je een antwoord op zoekt. Die antwoorden wil je helder krijgen door er met collega's over te praten. Maar bij deze bijeenkomst waren ook collega's aanwezig die noch in Haarlem-Noord, noch aan de Liedeweg waren geweest. Daar had ik op dat moment weinig binding mee, waardoor de bijeenkomst wat in het water viel.' Door de organisatoren van de bijeenkomst wordt Mayke ook aangeboden om gebruik te maken van een bedrijfsopvangteam, maar dat aanbod slaat zij af. 'Ik had het idee dat ik met mijn directe collega's genoeg contact had om de ervaringen uit te wisselen. Dat hoefde ik wat mij betreft niet in een apart BOT-team te bespreken. Een BOT-team zag ik een beetje als een verplicht nummer. Ik koos ervoor om mijn routine op te pakken en af en toe met collega's te praten waarmee ik bij de Liedeweg was geweest.'
Op het werk is er veel aandacht voor het incident. In de ogen van Mayke soms zelfs te veel. 'De periode na het drama heb ik als heel dubbel ervaren. Iedereen op het werk komt naar je toe en vraagt wat je hebt meegemaakt. Datzelfde maak je mee in de privésfeer. Maar je wilt eigenlijk niet steeds opnieuw je verhaal doen. Je wilt afbouwen. Ik heb mensen de krantenartikelen laten lezen, zodat ze zich een voorstelling konden maken van hetgeen we hadden meegemaakt. Later gaat het hele korps over tot de orde van de dag. Dat voelt heel dubbel. Dan krijg je opeens het idee dat iedereen het gezinsdrama is vergeten en jij de enige bent die er nog mee worstelt.'Mayke Aerts werkt als brigadier bij de regiopolitie Kennemerland in Haarlem. Op 12 maart 2007 komt zij als een van de eerste hulpverleners ter plaatse bij een spoorwegovergang, waar vlak daarvoor een vader met zijn twee kinderen voor de trein is gesprongen.
Een teamchef die ter plaatse komt, zoekt Mayke op. 'Hij legde zijn hand op mijn schouder en zei: "Mayke, ik denk dat het tijd is dat je weggaat." Niet omdat ik niet goed functioneerde, maar omdat hij het moment vóór wilde zijn dat het emotioneel te veel zou worden. Ik kende hem niet, omdat hij pas een aantal dagen daarvoor als teamchef was begonnen. Maar hij kon op een goede manier contact maken, voelde de situatie feilloos aan. Hij heeft me de tijd gegeven die ik nodig had om mentaal afscheid te nemen van het incident. Ik heb nog wat onderzoek ter plaatse verricht. Heb een bloedspoor gevolgd. Totdat ik het kort daarna zelf ook tijd vond om te gaan.'
Mayke gaat met haar collega's naar een in de buurt gelegen politiebureau, waar zij ook de andere collega's ontmoet die als eerste ter plaatse waren. 'Als je elkaar treft, zie je bij iedereen de tranen in de ogen. Zeker bij collega's die zelf jonge kinderen hebben, komt een dergelijke moord extra hard aan. Met je collega's heb je in de loop der jaren al het nodige meegemaakt. Spannende, heftige incidenten waarbij we soms hebben moeten knokken voor ons leven. Op dit soort momenten gebruik je de sterke onderlinge band om elkaar te steunen. Dat betekent niet dat je de hele tijd praat en je hart uitstort. We hebben vooral bij elkaar gezeten.'
Aan het eind van de middag worden Mayke en haar collega's op het hoofdbureau verwacht, voor een gezamenlijke debriefing. 'In de kantine waren alle collega's bij elkaar die een rol hadden gespeeld rond het gezinsdrama. Dat was een enorme club mensen uit Haarlem-Noord en hulpverleners die wij eerder langs het spoor hadden gezien. Op het moment dat je daar binnenkomt voel je dat iedereen er doorheen zit. Bleke gezichten. Betraande ogen. Iedereen had die dag indrukwekkende dingen meegemaakt. Sommigen hadden getuigen opgevangen. Iemand anders had de moeder moeten inlichten, met het besef dat ze in een uur tijd haar eigen moeder en kinderen kwijt was. Zo bracht iedereen zijn eigen ervaringen als puzzelstukjes naar voren.'
Later die week vindt nog een keer een bijeenkomst plaats, waar Mayke een minder goed gevoel bij heeft. 'Je zit met de nodige vragen in je hoofd waar je een antwoord op zoekt. Die antwoorden wil je helder krijgen door er met collega's over te praten. Maar bij deze bijeenkomst waren ook collega's aanwezig die noch in Haarlem-Noord, noch aan de Liedeweg waren geweest. Daar had ik op dat moment weinig binding mee, waardoor de bijeenkomst wat in het water viel.' Door de organisatoren van de bijeenkomst wordt Mayke ook aangeboden om gebruik te maken van een bedrijfsopvangteam, maar dat aanbod slaat zij af. 'Ik had het idee dat ik met mijn directe collega's genoeg contact had om de ervaringen uit te wisselen. Dat hoefde ik wat mij betreft niet in een apart BOT-team te bespreken. Een BOT-team zag ik een beetje als een verplicht nummer. Ik koos ervoor om mijn routine op te pakken en af en toe met collega's te praten waarmee ik bij de Liedeweg was geweest.'
Op het werk is er veel aandacht voor het incident. In de ogen van Mayke soms zelfs te veel. 'De periode na het drama heb ik als heel dubbel ervaren. Iedereen op het werk komt naar je toe en vraagt wat je hebt meegemaakt. Datzelfde maak je mee in de privésfeer. Maar je wilt eigenlijk niet steeds opnieuw je verhaal doen. Je wilt afbouwen. Ik heb mensen de krantenartikelen laten lezen, zodat ze zich een voorstelling konden maken van hetgeen we hadden meegemaakt. Later gaat het hele korps over tot de orde van de dag. Dat voelt heel dubbel. Dan krijg je opeens het idee dat iedereen het gezinsdrama is vergeten en jij de enige bent die er nog mee worstelt.
Mayke

Mayke

Brigadier

 

Gerelateerde ervaringen

XanderPolitieagent

Lees zijn ervaring >>

CorTechnisch rechercheur

Lees zijn ervaring >>

Reactie van de Basis

Kramp na de ramp

De ervaring van Mayke doet denken aan de recente uitspraak van Jaap Smit, directeur van Slachtofferhulp Nederland 'Kramp na de ramp'. Na afloop van rampen, ongevallen of incidenten struikelen hulpverleners soms over elkaar om de betrokkenen bij te staan. Dit terwijl mensen het gewone leven weer op willen pakken.

Het is ook precies de rol die de Basis wil en kan spelen na verloop van tijd. Wie is er nu, jaren later om het verhaal van Mayke aan te horen? Of over 20 jaar? Wie weet dan nog van dit incident? Kan Mayke dan nog terugvallen op een BOT team?

Mayke, je kan bellen met de Basis:

034 34 74 200

Hugo van de Kamp
directeur-bestuurder
Hugo van de Kamp
De Basis